Weerstand tegen verandering


27
Feb 2014

Weerstand tegen verandering

 

Eten wat de pot schaft, of niet?

“Eet je bord leeg, anders krijg je geen toetje!”. Een gevleugelde uitspraak waar we allemaal in onze jeugd wel eens mee geconfronteerd zijn of die we zelf richting onze kinderen gebruiken of hebben gebruikt.

Er waren tijden, dat je ook wel moest eten wat de pot schafte. Het alternatief was hongerlijden. Die tijd is gelukkig voorbij. Wat het huidige voedsel betreft, is er nauwelijks nog een grens. Letterlijk niet, maar ook figuurlijk. Van over de hele wereld zijn producten gewoon in Nederland te koop. 50 tot 30 jaar geleden, waren producten als bij voorbeeld kiwi’s, mango’s, quinoa, couscous etc. niet of nauwelijks in Nederland verkrijgbaar. Nu is eigenlijk alles gemeengoed. Op zich is dat prachtig, maar er zit ook een minder positieve kant aan. Denk maar eens aan de kosten van vervoer en de met het vervoer samenhangende milieu effecten. Of aan zaken als een eerlijke prijs voor de producenten of de gevolgen van het importeren van groenten als concurrent van de productie in Nederland. En zo kun je nog wel even doorgaan.

Discussie

Het is goed dat men zich hiervan steeds meer bewust is en dat de discussie erover steeds intensiever gevoerd wordt. Daarbij is er wel het risico dat men naar de andere kant doorslaat en er alleen nog maar lokale producten gebruikt zouden mogen worden. Zoals zo vaak in het leven, gaat het om het vinden van een goede balans tussen prijs, kwaliteit, neveneffecten en het belang van de consument.

Parallel tussen management en de voedseldiscussie

In dat opzicht is er bij management een duidelijk parallel met het bovenstaande. Steeds weer nieuwe managementtheorieën zijn aan de orde van de dag en ze komen overal vandaan. En iedereen moet erin mee. Ook hierbij zou de discussie gevoerd moeten worden over de noodzaak van al deze snelle en elkaar snel opvolgende veranderingen. Ik ben er bepaald geen voorstander van dat we alles maar bij het oude laten. Er moet zonder meer ruimte zijn voor vernieuwing en verandering. Daarbij moet het echter wel gaan om het resultaat, dat je op een betere, efficiëntere of effectievere manier bereiken kunt. Het lijkt te vaak te gaan om veranderen “om het veranderen”. Daarbij wordt dan ook nog eens het gevoel van medewerkers, hun aanpassingsvermogen en hun welbevinden op de 2e plaats gezet. Het is dan ook tamelijk logisch dat er weerstand tegen verandering is. De oorzaak daarvan ligt overigens vaak niet eens bij de verandering op zich, maar bij het feit dat medewerkers de effecten ervan voor hun eigen positie en werk, niet kunnen overzien.

Weerstand afbouwen

Als je weerstand tegen veranderingen in een organisatie wilt afbouwen of voorkomen, zul je, net als bij de voedseldiscussie een balans moeten vinden tussen alle belangen, waaronder dus nadrukkelijk die van de medewerkers.

Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Het vraagt zorgvuldig en beslist niet overhaast werken en besluiten.

Het onderstaande recept komt nog wel een beetje uit de tijd van “eten wat de pot schaft”. Het is een variant op een recept van mijn moeder. Vijftig, zestig jaar geleden, hadden mijn ouders het bepaald niet breed. Mijn moeder moest dus vaak improviseren. Ze maakte dan een soort stamppot met groenten die in de eigen tuin voorhanden waren. Ze noemde het een “rommelpotje. We hadden geluk als er blokjes gebakken gerookt spek door de stamppot gemengd konden worden. Een rookworst erbij was helemaal boffen. Gelukkig dat die tijden voorbij zijn. Ik zou er, hoe nostalgisch ook, niet naar terug willen. Verandering en meegaan met je tijd is nodig, of het nu om voedsel gaat of om management.

Rommelpotje

Ingrediënten:

  • 1 kg kruimig kokende aardappelen, geschild en in ongeveer gelijke blokken gesneden.
  • 1 flinke winterwortel, geschild, in plakjes gesneden
  • 1-2 uien, in grove snippers
  • 1 stuk prei, in dunne ringen gesneden
  • ¼ bloemkool in kleine roosjes
  • 2 stengels bleekselderij in plakjes
  • Een handje boontje, schoongemaakt en in stukjes
  • 1 stuk courgette, binnenste gedeelte verwijderd, de rest in stukjes
  • 1 t knoflook, fijngehakt
  • 1 flinke rookworst
  • 250 gr blokjes gerookt spek
  • Melk
  • 1 uit, fijngesnipperd, om jus te maken
  • Bouillonpoeder of een bouillonblokje
  • Boter
  • Mosterd
  • Maizena
  • 1 scheut port
  • Peper en zout
  • Piccalilly

Bereidingswijze:

Dit gerecht is heel geschikt om de groentelade van je koelkast leeg te maken. Ik noem hierna verschillende groentesoorten. Daar zit natuurlijk niets verplichts bij. Maak een combinatie van wat je lekker vindt of van wat (nog) voor handen is.

Kook de aardappels in gezouten water tot ze goed gaar zijn. Leg de rookworst op de aardappelen als deze aan de kook zijn. Als de aardappels gaar zijn, deze afgieten en warm houden. De rookworst op de aardappels laten liggen.

Doe intussen wat boter in een hapjespan en bak hierin de uien tot ze glazig zijn en net beginnen te bruinen. Voeg de knoflook toe, de winterwortel, de bloemkool, de selderij, de boontjes en de courgette. Bak alles tot de groenten gaar, maar nog knapperig zijn. Van vuur af, warm houden.

Bak eveneens intussen, de blokjes spek op niet te hoog vuur lekker knapperig.

Bak de fijngesnipperde ui net aan bruin in wat boter. Blus af met water en een scheut port. Voeg bouillonpoeder of alleen peper en zout toe. Bind de vloeistof met wat maizena dat je in water hebt opgelost. Goed proeven of de jus op smaak is. Zo nodig peper of zout of bouillonpoeder toevoegen. Roer er een lepel niet te scherpe mosterd door. Hou warm. Niet meer laten koken.

Prak de gekookte aardappelen grof, met een vork. Tot een soort puree stampen, kan natuurlijk ook, maar grof geprakt, vind ik lekkerder.

Doe de inhoud van de hapjespan bij de aardappelen en voeg ook de spekjes met het spekvet toe (tenzij de daar niet van houdt). Alles voorzichtig omroeren. Zo nodig wat smeuïger maken met een scheut melk.

Breng op smaak met peper en zout.

Serveer met een stuk rookworst en de jus. Geef de piccalilly er apart bij.

Je kunt uiteraard ook paprika in het gerecht verwerken, maar de smaak ervan is vaak overheersend.

Een lekkere gehaktbal is er ook heerlijk bij. Maak dan van het bakvet een uienjus.

Weblog voor managers

Volg mij via Social Media

Copyright © 2012 - Koken voor Managers | Drs. H.J. Spaan | Sitemap